16December

Succesvol HRM congres in Groningen - Eric Molleman

Op 10 en 11 november werd in Groningen bij de Faculteit Economie en Bedrijfskunde het 7e internationale HRM congres gehouden. Dit congres wordt elke twee jaar georganiseerd door het Dutch HRM network. Het Dutch HRM netwerk is een netwerk met als leden  hoogleraren verbonden aan Nederlandse Universiteiten (en Leuven) die een masteropleiding op het gebied van HRM aanbieden en tevens beschikken over een gerelateerd onderzoeksprogramma. Aan het congres deden ruim 200 mensen mee afkomstig uit 20 verschillende landen. De presentaties en discussies waren georganiseerd rondom een groot aantal verschillende thema’s die gezamenlijk het brede veld van HRM afdekken. Het gaat daarbij om uiteenlopende onderwerpen zoals HRM en performance, internationale aspecten van HRM, leren en persoonlijke ontwikkeling, macht en leiderschap, HRM en innovatie, leeftijdsbewust personeelsbeleid en HRM in de publieke sector.

Daarnaast waren er twee centrale bijeenkomsten waar twee internationaal befaamde HRM onderzoekers een lezing hielden. Op de donderdag was dat Susan Jackson, hoogleraar aan de Rutgers University en voormalig presidente van de Academy of Management. Zij hield een boeiende lezing over de rol van HRM om organisaties meer duurzaam te laten produceren.  Door internationale verdragen, door nieuwe wetgeving, maar ook omdat klanten hier steeds meer op letten worden organisaties zich er steeds meer van bewust dat duurzaam ondernemen van groot belang is. Dit grotere bewustzijn moet vervolgens nog vertaald worden in gedrag dat bijdraagt aan duurzaamheid. Susan Jackson liet zien dat HRM op diverse terreinen kan bijdragen aan het veranderen van houding en gedrag van medewerkers van een organisatie ten aanzien van duurzaam ondernemen. Bij de werving en selectie van nieuwe medewerkers en in het bijzonder van leidinggevenden kan rekening gehouden worden met de houding van kandidaten ten aanzien van duurzaam ondernemen. Ook bij het inwerken en socialiseren van nieuwe werknemers kan duurzaamheid een issue zijn. Daarnaast kan ook bij het formuleren van doelen van individuele medewerkers of werkeenheden aandacht besteed worden aan duurzaamheid. Dit kan vervolgens meegenomen worden bij het beoordelen van prestaties en zelfs leiden tot een aangepast beloningssysteem.

Sara Rynes
, hoogleraar aan de universiteit van IOWA ging op de 2e dag van het congres in op de relatie tussen de HRM wetenschap en de HRM praktijk. Ze ging in op vragen zoals “In hoeverre is de HRM praktijk op de hoogte van wetenschappelijk gefundeerde kennis en in hoeverre maakt men hier gebruik van?”, “In hoeverre laten HRM wetenschappers zich bij hun onderzoeksthema’s leiden door wat er in de praktijk speelt?” en “In hoeverre wordt er bij HRM opleidingen gebruik gemaakt van resultaten van wetenschappelijk onderzoek?”. Eén van de problemen is dat de resultaten van wetenschappelijk onderzoek vaak niet eenduidig zijn en bovendien dat inzichten en kennis zich door de tijd heen ontwikkelen en aan verandering onderhevig zijn. Toch zijn er goed gefundeerde inzichten die in de praktijk weinig gebruikt worden zoals het belang van het formuleren van doelstellingen (goal setting) en het belang van algemene intelligentie bij werving en selectie. Zij gaf aan dat het belangrijk is dat wetenschappers veel meer aandacht besteden aan het ‘vertalen’ van hun onderzoeksresultaten naar de praktijk. Wetenschappers moeten ook meer toegankelijke overzichtsartikelen produceren, waarbij er ook veel aandacht is voor voorbeelden. Daarnaast zijn HRM masteropleidingen een plek waar wetenschappelijke inzichten en de praktijk overbrugd kunnen worden. Ook zouden wetenschappelijke tijdschriften mensen uit de praktijk kunnen vragen om op wetenschappelijke publicaties te reageren en deze reacties direct te plaatsen na de betreffende publicatie. Maar verreweg het belangrijkste is dat wetenschappers en praktijkmensen samenwerken in onderzoeksprojecten. Dat vergroot de kans dat wetenschappers zich richten op praktijkrelevante vraagstukken en praktijkmensen daadwerkelijk gebruik gaan maken van de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek.